Balze Volterra

Met Le Balze duidt men een apart natuurfenomeen aan, waarvan men het resultaat enkel ten noordwesten van Volterra kan bekijken. De Balze zien eruit als hoge muren van zand met een dunne laag kalksteen erop. Het ziet er spectaculair uit, maar de voortkruipende erosie heeft er al voor gezorgd dat het Badia Camaldolese Klooster niet meer bewoond kan worden.

Le Balze Volterra

Ontstaansgeschiedenis

Balze Volterra
Balze

Wanneer men zelf op de Balze staat kan men van een schitterend panorama genieten. Op mooie, heldere dagen is het zelfs mogelijk de zee in de verte te zien liggen.

Voor geologen zijn ze ook handig, aangezien men precies kan zien hoe de verschillende zand- en steensoorten elkaar opvolgen. Dit zijn achtereenvolgens, van laag naar hoog, blauwe klei, zandachtige klei, kleiachtig zand, zand en zandsteenachtige kalk. Het is vanaf de lagen zandklei dat de muren erg steil worden.

Het fenomeen wordt veroorzaakt door regenwater dat door de bovenste zandlaag sijpelt tot het bij de keli komt. Hier kan het niet verder wegzakken, waardoor de bovenste lagen instorten.

Verwoestingen

Balze Volterra
De Balze rukken steeds verder op.

Al in de tijd van de Villanova Cultuur (10e eeuw voor Christus) werden hier mensen begraven. Dichtbij de Badia Camaldolese zijn overblijfselen gevonden van de oudste begraafplaats in de streek. De vondsten worden in het Guarnacci Museum van Volterra zelf en in het Archeologisch Museum van Florence bewaard.

Er zijn ook overblijfselen gevonden van de grootste necropolis uit de Griekse periode. Men heeft helaas maar een klein gedeelte van de oppervlakte bloot kunnen leggen.

Tot de 3e eeuw voor Christus stonden de Etruskische Muren in de streek nog overeind. Er stond ook nog een antieke stadspoort, die waarschijnlijk uit de Etruskische tijd stamde. De enige stukken Etruskische stadsmuur die nog overeind staan bevinden zich dichtbij de Balze aan de noordwestzijde van de stad.

Waarschijnlijk waren er ook Romeinse necropolissen in de streek, maar hier is geen enkel bewijs van overgebleven. Wel weet men dat er bij de oude San Giusto Kerk een kerkhof in de buurt was. Rond deze kerk ontwikkelde zich ook een zogeheten borgo, en er werd zelfs een tweede kerk gebouwd, de San Clemente Kerk. In 1140 werd deze kerk door de Balze belaagd en werd het stoffelijke overschot van de heilige naar de San Giusto Kerk overgebracht.

In 1614 stortte de oostelijke vleugel van de San Giusto Kerk in, dire jaar later gevolgd door de rest van de kerk. Enkel het hoofdaltaar, enige zijkapellen, de sagristie en de klokkentoren overleefden. Nadat in 1648 ook deze laatste delen instortten werd wat nog te redden viel naar de Badia of naar de andere kerken van de stad verhuisd.

Na een aardbeving in 1848 besloten de monniken de Badia Camaldolese te verlaten, uit angst voor het verder oprukken van de Balze. Nog enkele jaren later moest ook de oude straatweg naar Pisa gesloten worden.

Pogingen om de Balze tegen te houden strandden meestal al voor de uitvoering. In 1767 begon men met de bouw van een muur, maar dit had geen enkel succes. Pas in 1882 had de ingenieur Forli het idee gras en bossen te planten om zo de erosie tegen te gaan, wat op sommige plekken succesvol was. Het terrein waar de Badia zich bevond werd als stortplaats gebruikt. Het vuilnis werd er ook verbrand wat het onmogelijk maakte er wat dan ook te laten groeien. Pas in de laatste jaren, nu er geen vuil meer gestort wordt, is men erin geslaagd de erosie te remmen (maar niet te doen stoppen).

Balze Volterra

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email