Geschiedenis Cassino

Cassino ligt aan de voet van de Montecassino heuvel, wat erg belangrijk is in de geschiedenis van de stad, aangezien deze uitkijkt over de weg tussen Rome en Napels, wat natuurlijk betekent dat er in de loop der eeuwen vaak door deze twee steden om gestreden is.

Geschiedenis Cassino

Abdij - Geschiedenis Cassino
De Abdij van Montecassino heeft een grote rol gespeeld in de geschiedenis van Cassino.

De vulkanische heuvels rond de stad houden het regenwater niet vast, waardoor delen van de onderliggende vallei in het verleden vaak in moerasgebieden veranderden.

De naam van de stad zou afgeleid kunnen zijn van het Sabijnse woord voor “oud”, cascum, verwijzend naar het lange bestaan van de stad, die in de Romeinse tijd Casinum heette. In de middeleeuwen werd dit Castellum Sancti Petri, vervolgens Eulogimenopoli (stad van San Benedetto) en nog later San Germano. In 1863 kreeg Cassino de oorspronkelijke naam terug.

De eerste inwoners van de streek vestigden zich in de heuvelgrotten, maar het was pas in de IJzertijd dat de eerste nederzetting gevormd werd, zoals aangetoond is door de vondst van een necropolis.

De Romeinen

In 313 vòòr Chr. kwam Casinum onder de Romeinse invloedssfeer. De Romeinse kolonie Interamna Succasina werd in de buurt gesticht en nam een deel van het grondgebied van Cassino en Aquino in.

Cassino streed aan de zijde van de Romeinen tegen Hannibal.

Uit de tijd na deze oorlogen is erg weinig bekend. De toenmalige stad bevond zich op de plek waar nu de deelgemeente Crocefisso is en werd geheel door de Via Latina herenweg doorkruist. Een 4 kilometer lange stadsmuur stond rond het met monumenten versierde centrum.

De Romeinse kolonie werd van municipium tot colonia tot praefectura, wat aangeeft dat het steeds meer een echte Romeinse stad werd. Het land werd ook naar Romeins gebruik in centuratio’s (vierkante stukken landbouwgrond van ongeveer 750 bij 750 meter) opgedeeld.

De belangrijkste God was Apollo, die een aan zich gewijde tempel bij de Acropolis had.

Monumenten uit de Romeinse tijd zijn o.a. het aquadukt, het Forum (dat zich buiten de stadsmuren bevond en tijdens de tweede wereldoorlog verwoest werd), het Amphitheater (dat nog wel bestaat) en het recentelijk gerestaureerde Theater.

Andere bezienswaardigheden uit de Romeinse tijd zijn het sepolcrum van Uminidia Quadratilla, dat later tot de Chiesa del Crocifisso omgebouwd werd, de Thermen en de Villa van Varrone op de oever van de rivier de Rapido.

De Acropolis bevond zich waar nu het klooster staat en werd door een dubbele muur beschermd. Bij de bouw werd geen cement gebruikt. Pas na de tweede wereldoorlog werd het mogelijk de zich hier ooit bevindende gebouwen op te graven.

Buiten de stad bevonden zich een aantal pagi (enkelvoud pago), kleine boerengemeenschappen die zich rond een groter centrum vormden.

Na de Romeinen

Sint Pieter zelf zou hier gepredikt hebben. Er zijn dan ook een aantal uit de streek afkomstige martelaars bekend.

Bij invasies door de Germaanse volkeren werd veel schade aan de oude stad aangebracht. Tegen het einde van de 6e eeuw werd Cassino geheel verwoest door de Lombarden onder leiding van Zotto.

De Middeleeuwen

In 529 kwam de heilige Benedictus naar de stad. Met goedkeuring van de stad maakte hij de acropolis tot zijn hoofdkwartier. Hij liet de heidense tempels slopen en stichtte een klooster.

De inwoners stichtten een nederzetting, die Castellum Sancti Petri genoemd werd.

De middeleeuwse stad werd niet op de heuvel, maar op de laagvlakte gebouwd. Hierbij werd het oude Romeinse Forum hergebruikt voor de bouw van een aantal kerken.

In 797 werd de Chiesa del Salvatore gebouwd, door Gisolfo.

Cassino kwam onder de Abdij van Sint Benedikt te staan en werd het centrum van een groot leengoed. De abt Bertario richtte de stad opnieuw in, om de dreiging van de Saraceners te kunnen weerstaan. Hoewel dit volk de stad en de San Salvatore Kerk met de grond gelijk maakte, bouwden de inwoners alles zeer snel weer op.

In de volgende eeuwen werd Cassino de hoofdstad en de administratieve zetel van de zogeheten Terra di San Benedetto.

De inwoners van wat ondertussen San Germano heette, vochten met de monniken in het conflict tussen keizer en kerk. Men bouwde een verdedigingsmuur en een kasteel, dat Rocca Janula genoemd werd.

In 1199 werd de stad door de keizerlijke troepen bezet. Tot 1230 vonden er vele veldslagen in de streek plaats. In dat jaar werd de vrede getekend door Frederik II en Paus Gregorius VII.

In 1266 vond er in San Gennaro een nieuwe grote veldslag plaats, tussen de Zwaben en de troepen van de Anjou.

Opstand

In 1521 kwam de bevolking in opstand tegen de abdij. Het klooster werd belegerd en vervogens geplunderd.

Hoewel de monniken de politieke macht behielden, slaagden ze er pas in 1669 in ook het hele ambtsapparaat weer in handen te krijgen. De volksvergadering werd toen vervangen door een raad van 50 afgevaardigden.

In 1527 werd de bevolking door een pestepidemie gedecimeerd.

19e eeuw

Na door Napoletaanse troepen, die de pauselijke staat wilden aanvallen, bezet te zijn geweest, werd San Germano door de Fransen overmeesterd. De stad kwam onder een de Fransen goed gezind bewind te staan.

Nadat deze uit Napels waren verjaagd, werd San Germano door de vluchtende Franse troepen met de grond gelijkgemaakt.

Op 23 Mei 1863 herkreeg San Germano de oude naam Cassino.

Na de éénwording van Italië werd de streek geteisterd door struikrovers.

Er werden grote werken uitgevoerd om de moerasachtige gebieden rond de stad gezonder te maken. Cassino werd een belangrijke halte op de in 1863 aangelegde treinlijn tussen Rome en Napels.

Tussen 1824 en het einde van de eeuw groeide de bevolking van vijfduizend tot dertienduizend inwoners.

Tot 1927 hoorde Cassino bij de provincie Caserta.

20e eeuw

Het begin van de 20e eeuw werd gekenmerkt door de vele emigraties. Hierna volgde de periode van het fascisme.

Tijdens de tweede wereldoorlog vond de Slag bij Cassino plaats, waarbij een groot deel van de stad vernietigd werd. Er zijn in de stad nog steeds Engelse, Duitse en Poolse kerkhoven uit deze tijd te zien.

Na de oorlog heerste er grote armoede. De economie lag stil en de malaria keerde terug. Er waren niet genoeg woningen en kinderen werden soms bij goedwillende mensen in andere delen van het land ondergebracht.

Langzamerhand werd de stad weer opgebouwd. Vanaf de zestiger jaren kwam er steeds meer nieuwbouw en werd Cassino een belangrijk industriëel centrum.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email